De herkomst van een levend fossiel (Japanse notenboom)
arrow_drop_up arrow_drop_down
9 juni 2017 

De herkomst van een levend fossiel (Japanse notenboom of Ginkgo biloba)

Een aantal jaren geleden zou de straat waaraan ik woon in De Bilt heringericht worden. Hij zou voorzien worden van fluisterasfalt, wat natuurlijk een prettig vooruitzicht was. Maar eerst moest de riolering worden aangepakt en daarvoor moest de straat gedurende een aantal weken open. Maar goed, wat ons bewoners te wachten stond na die ongemakken, was immers erg aantrekkelijk.

Omzwervingen van de Japanse notenboom of Ginkgo biloba

Prachtige bomen gekapt
Een domper op de vreugde bleek, toen duidelijk werd dat de ginkgo’s die de straat sierden in het hele proces het loodje zouden leggen. Daartegen ontstond protest: het was toch niet nodig die prachtige bomen te kappen? De ginkgo’s waren zeker nog geen monumentale bomen, maar ze kregen eindelijk een beetje volume. En nu moesten ze al weer wijken?

Gevoelig voor luchtvervuiling…

Het argument van de gemeente was dat de ginkgo’s gevoelig waren voor luchtverontreiniging en dat er na de herinrichting bomen die beter bestand daartegen waren, zouden worden terug geplant. Inderdaad staan er nu al weer jaren inlandse eiken in onze straat. Daar is niets mis mee, maar was dat argument van de gemeente wel zo steekhoudend?

Een ginkgo als ‘tempelboom’ verliest zijn vlammend gele blad bij de boeddhistische Gu Guanyin-tempel in de Zhongnan-bergen in China.

…of toch niet?

Even googelen bracht mij al gauw op een document van de gemeente Leiden. Daarin werd voorgesteld om bij de herinrichting van een straat ginkgo’s aan te planten, omdat – ja, je raadt het al – deze bomen niet gevoelig zijn voor luchtverontreiniging. Ze zouden zelfs juist zeer geschikt zijn om luchtverontreiniging af te vangen. Wie had er nu gelijk: de gemeente De Bilt of die van Leiden? Ik zal je niet in spanning houden: de gemeente Leiden had gelijk.

Hortus botanicus

Niet toevallig misschien, want de hortus botanicus in Leiden herbergt waarschijnlijk het oudste exemplaar van de ginkgo buiten Azië, hoewel de hortus van Utrecht ook een gooi doet naar die eer. Zeker is wel dat de soort voor het eerst vanuit Japan naar Nederland is gebracht, waarschijnlijk ergens in de vroege achttiende eeuw. Van zowel het Leidse als Utrechtse exemplaar wordt wel beweerd dat hij ergens tussen 1730 en 1760 geplant is. Dat kan in de vorm van een vrucht zijn geweest of een al jonge boom.

Een mon geïnspireerd op het motief van het blad van de ginkgo.

Tempelboom

De Ginkgo biloba, in het Nederlands vroeger ook wel Japanse notenboom genoemd, is dus uit Japan afkomstig? Dat lijkt althans de meest voor de hand liggende conclusie gezien zijn naam en het feit uit hij uit dat land is meegebracht naar Europa. Maar het ligt allemaal wat gecompliceerder. De ginkgo is in historische tijden – om precies te zijn in de Nara-periode (710-794) – vanuit China naar Japan gebracht. De boom werd daar al snel populair en is veel aangeplant bij tempels, zodat ‘tempelboom’ een andere benaming voor deze boom is.

De coelacanth onder de bomen

De boom is in het wild tegenwoordig waarschijnlijk uitgestorven, maar in gedomesticeerde vorm in ieder geval nog talrijk en wijdverspreid over de gehele wereld. En dat voor een ‘levend fossiel’. De Ginkgo biloba is namelijk de enig overgebleven soort van de familie Ginkgoaceae uit de eveneens verder geheel uitgestorven orde Ginkgoales. De rest van de familie gaf samen met de dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden de pijp aan Maarten. Het is nog steeds niet helemaal duidelijk waar de orde van de Ginkgoales precies ingedeeld moet worden, ergens tussen de loof- en de naaldbomen in. Met recht dus een levend fossiel, net als de coelacanth, de vis waarvan lang gedacht werd dat hij sinds het Krijt uitgestorven was, tot hij in 1938 bij Zuid-Afrika opeens opdook.

Kaempfer en Linnaeus

Oorspronkelijk komt de ginkgo dus uit China, maar tijdens de hoogtijdagen van de familie van de Ginkgoaceae tussen 248 en 65 miljoen jaar geleden omvatte het verspreidingsgebied eigenlijk de hele wereld. De Duitse geleerde Engelbert Kaempfer (1651-1716) die in dienst van de VOC in de jaren 1691 en 1692 op het eilandje Deshima in Japan verbleef, heeft de Japanse notenboom voor het eerst beschreven. Zijn beschrijving diende als basis voor de officiële wetenschappelijke beschrijving die Linnaeus van de Ginkgo biloba maakte in 1771. En ook aan Kaempfer hebben we de onmogelijke naam waarmee de soort is behept, te danken.

Simpele verschrijving

Die onmogelijk (goed) uit te spreken naam ‘ginkgo’ is niet het gevolg van een niet uit te spreken oorspronkelijke Japanse naam, maar gewoon een simpele verschrijving van Kaempfer. Trouwens de Japanse naam lijkt zelfs helemaal niet op de officiële wetenschappelijke naam, deze is namelijk ichō (het streepje op de ‘o’ geeft aan dat de klinker lang is). Hoe is Kaempfer dan tot deze verkeerde naam gekomen? De naam ichō wordt geschreven met twee Chinese karakters銀杏, het eerste betekent ‘zilver’ en het tweede ‘abrikoos’. Deze kunnen ook op een andere manier uitgesproken worden, namelijk als gin en kyo. En het is precies daar waar Kaempfer de fout gemaakt heeft. Waarschijnlijk heeft hij de ‘y’ in zijn eigen aantekeningen als ‘g’ gelezen, dus ginkgo in plaats van ginkyo. En Linnaeus heeft deze fout vastgelegd in de officiële wetenschappelijke naam.

In zijn Flora Japonica uit 1835 geeft Philipp Franz von Siebold in samenwerking met de Duitse botanicus Joseph Gerhard Zuccarini, een afbeelding en beschrijving van de Ginkgo biloba. Hij hanteert echter de alternatieve wetenschappelijke naam voorgesteld door James Edward Smith. Von Siebold verbleef van 1822 tot 1829 – net als Engelbert Kaempfer ruim honderd jaar eerder – op Deshima.

Stinkende vruchten

Nog een mon geïnspireerd op het motief van het blad van de ginkgo.

De ginkgo is dus niet direct in te delen bij de naaldbomen, en hoewel zijn kenmerkende blad best zou kunnen doorgaan voor dat van een loofboom, is de soort echter ook geen loofboom. De soort is tweehuizig, wat dus betekent dat er mannelijke en vrouwelijke bomen zijn. Maar er zijn veel meer mannetjes dan vrouwtjes van de ginkgo op de wereld. Dat is te wijten aan menselijk ingrijpen; er worden eigenlijk vrijwel alleen mannelijke bomen aangeplant. Want hoewel de noten van de ginkgo in Oost-Azië als een delicatesse worden beschouwd, vinden de meeste mensen de geur van de gevallen vruchten onaangenaam. Kort gezegd, ze stinken naar rottend vlees.

Zilveren abrikoos

De vruchten lijken, zoals de Japanse naam al aangeeft, op abrikozen, zilverkleurige abrikozen. Maar eigenlijk zijn het geen echte vruchten met een pit, zoals abrikozen dat wel zijn. Wat eruit ziet als een vrucht is in feite de noot met een zachte buitenkant en een harde kern. Die harde kern – die niet stinkt – is de delicatesse. Overigens zijn de bomen in de botanische tuinen van Leiden en Utrecht beide ook mannelijk. Maar op enig moment in hun meer dan tweehonderdjarige bestaan, heeft iemand op de stam een vrouwelijke tak geënt. Deze takken dragen wel af en toe vruchten. Bij de Utrechtse boom is in de herfst trouwens goed te zien dat er een vrouwelijke tak tussen zit. Als de hele mannelijke boom al getooid is in zijn vlammend gele herfsttint, is de vrouwelijke tak nog groen.

Eendenvoet

Het tweede deel van de wetenschappelijke naam van Linnaeus, biloba, betekent ‘twee lobben’. Dat slaat op de vorm van het blad. De bladvorm was trouwens ook voor Japanners de inspiratie voor een alternatieve schrijfwijze voor de naam ichō, namelijk met de Chinese karakters 鴨脚. Letterlijk betekent de naam aldus geschreven ‘eendenvoet’, wat de vorm van het blad inderdaad treffend beschrijft. Als de creatieve designers die Japanners zijn, hebben ze het motief van het eendenvoetvormige blad – meer of minder abstract – ook verwerkt in zogenoemde mon of logo’s. De mon zijn van oorsprong familiewapens.

In de mannelijke boom in herfsttooi in de hortus botanicus van Utrecht, is de vrouwelijk tak met groen blad, duidelijk te herkennen.

De ginkgo in de tuin?

Tenzij u een grote tuin heeft, is het misschien niet zo’n goed idee om een ginkgo in de tuin te planten. Zoals op de foto’s te zien is, kan de boom gigantische proporties aannemen. Maar natuurlijk duurt het heel veel jaren voor hij echt te groot is. Hetzelfde euvel geldt trouwens ook voor andere bomen, zoals eiken, lindes, beuken, elzen enzovoort. Wat wel ieder jaar weer een feest is, is de uitbundige vlammend gele kleur die de bladeren aannemen; samen met het eveneens vlammende rood van een Japanse esdoorn bezorgt het de tuin gegarandeerd een spectaculair aanzicht.

Shirley A.

Door

Shirley A.

op 25 October 2017

Wij hebben 2 van de vrouwelijke bomen bij ons in de straat. De rest zijn het allemaal mannelijke versies. Die bomen hangen momenteel vol met stinkende vruchten. Heel interessant om zoveel meer over deze boom te weten. Bedankt

Marjolein V

Door

Marjolein V

op 3 October 2018

Nog een vraag: in de homeopathie komt Ginkgo Biloba voor als middel, ik dacht, o.a. om dementie tegen te gaan. Waar wordt het homeopathische middel van gemaakt?

Steven Hagers

Door

Steven Hagers

op 12 October 2018

Beste Marjolein, Ik weet helemaal niets van homeopathie, dus ik kan daar geen zinnig antwoord op geven.

ronald

Door

ronald

op 12 October 2018

Erg waardevolle informatie! Vraagje: ik ga over een paar maanden definitief naar Bonaire verhuizen en heb hier in Nederland een Ginkgo als bonsaiboom. Groeit een Ginkgo ook in een klimaat waar het jaarrond 32 graden Celsius is? Of groeit deze alleen in de gematigde streken? Het zou geweldig zijn als ik deze boom mee kon nemen (ik heb de boom vanaf 1989 en zelf opgekweekt en gevormd)

Steven Hagers

Door

Steven Hagers

op 12 October 2018

Beste Ronald, Het zou heel goed kunnen dat de ginkgo de winterrust echt nodig heeft, zoals bijvoorbeeld dat ook geldt voor rozen, die het in een tropisch klimaat veel minder doen. Maar ik weet niet of dat inderdaad zo is. Aangezien het gaat om een bonsai, moet er toch wel mouw aan te passen zijn; bijvoorbeeld dat je hem een paar maanden in een donkere koele kamer zet. Hoewel het creëren van een koele kamer op Bonaire wel lastig zal zijn.

Reactie plaatsen