- Tip 1: Maak onderscheid tussen mest en bodemverbetering
- Tip 2: Bemest op het juiste moment
- Tip 3: Kies een mestvorm die bij de toepassing past
- Tip 4: Meer bemesten is niet automatisch beter
- Tip 5: Onderzoek je bodem
- Tip 6: Bekijk in de zomer opnieuw wat planten nodig hebben
- Tip 7: Wees terughoudend met bemesten in het najaar
- Tip 8: Ontdek de mogelijkheden van organische mest
- Tip 9: Bemest borders op basis van behoefte
- Tip 10: Ken N, P en K
- Tip 11: Kies gazonmest bewust
- Tip 12: Meet eerst voordat je kalk strooit
- Tip 13: Bemesting is maar één onderdeel van gazononderhoud
- Tip 14: Let op de omstandigheden tijdens het bemesten
- Tip 15: Kijk naar de werkingsduur van de meststof
- Tuin bemesten? Begin bij de bodem

Tuin bemesten: 15 praktische tips voor een gezonde tuin
Tuin bemesten: 15 praktische tips
Planten hebben voedingsstoffen nodig om te groeien, bladeren te vormen, te bloeien en wortels te ontwikkelen. Een deel van deze voedingsstoffen is van nature aanwezig in de bodem. Door groei, afvoer van plantenresten en andere natuurlijke processen kan de beschikbare hoeveelheid echter veranderen.
Daarom kan het zinvol zijn om je tuin te bemesten. Hoeveel en welke meststof nodig is, hangt onder andere af van de bodem, de beplanting, het seizoen en de hoeveelheid voedingsstoffen die al beschikbaar is.
Meer mest gebruiken betekent daarbij niet automatisch betere planten. Juist door gericht te bemesten voorkom je dat je onnodig voedingsstoffen aan de bodem toevoegt.
Met deze 15 tips helpen we je op weg.
Tip 1: Maak onderscheid tussen mest en bodemverbetering
Meststoffen en bodemverbeteraars worden regelmatig door elkaar gehaald, maar hebben niet precies dezelfde functie.
Een meststof wordt voornamelijk gebruikt om voedingsstoffen aan planten beschikbaar te stellen. Compost en andere organische materialen kunnen daarnaast bijdragen aan de structuur en het organische-stofgehalte van de bodem.
Een gezonde tuin begint daarom niet alleen bij de vraag welke meststof je gebruikt, maar vooral bij de conditie van de bodem.
Tip 2: Bemest op het juiste moment
Het voorjaar is voor veel planten een logisch moment om met bemesten te beginnen. De groei komt weer op gang en planten gaan nieuwe bladeren, scheuten en bloemen vormen.
Dat betekent niet dat iedere plant op hetzelfde moment dezelfde hoeveelheid voeding nodig heeft. Een gazon heeft bijvoorbeeld een ander groeipatroon dan een vasteplantenborder, haag of fruitboom.
Kijk daarom altijd naar het type plant en volg bij gebruik van een meststof de aangegeven dosering en toepassingsperiode.
Tip 3: Kies een mestvorm die bij de toepassing past
Meststoffen zijn verkrijgbaar in verschillende vormen. Veel voorkomende varianten zijn:
- korrelmest;
- mest in kegel- of tabletvorm;
- poeder- of meelvormige meststoffen;
- vloeibare meststoffen.
Korrelmest is gemakkelijk over een groter oppervlak te verdelen en wordt daarom veel gebruikt in borders en gazons.
Mestkegels en -tabletten kunnen praktisch zijn bij pot- en kuipplanten. Vloeibare voeding is eenvoudig met het gietwater mee te geven en wordt daarom eveneens veel bij planten in potten gebruikt.
Welke vorm het meest geschikt is, hangt dus vooral af van waar en waarvoor je de meststof wilt gebruiken.
Tip 4: Meer bemesten is niet automatisch beter
Planten kunnen maar een bepaalde hoeveelheid voedingsstoffen opnemen. Meer mest gebruiken dan nodig heeft daarom weinig zin en kan zelfs nadelig zijn voor plant en omgeving.
Houd je bij kant-en-klare meststoffen aan de dosering op de verpakking. Houd daarnaast rekening met eerder aangebrachte compost, meststoffen en andere bodemverbeteraars.
Gericht bemesten is belangrijker dan veel bemesten.
Tip 5: Onderzoek je bodem
Wil je precies weten wat je tuin nodig heeft? Dan kan een bodemonderzoek nuttige informatie opleveren.
Daarbij kan onder andere worden gekeken naar de zuurgraad (pH), organische stof en beschikbare voedingsstoffen. Aan de hand daarvan kun je beter bepalen of aanvullende bemesting of bodemverbetering zinvol is.
Zeker wanneer planten ondanks regelmatig onderhoud slecht groeien, kan een bodemanalyse helpen om de mogelijke oorzaak te achterhalen.
Tip 6: Bekijk in de zomer opnieuw wat planten nodig hebben
Voor veel planten ligt het belangrijkste bemestingsmoment in het voorjaar. Sommige planten kunnen gedurende het groeiseizoen aanvullende voeding gebruiken.
Denk bijvoorbeeld aan planten in potten en bakken. De beschikbare hoeveelheid grond is daar beperkt en voedingsstoffen kunnen door regelmatig water geven sneller uitspoelen.
Ook sterk groeiende en rijkbloeiende planten kunnen andere voedingsbehoeften hebben dan planten die van nature op voedselarme grond groeien.
Bemest daarom niet automatisch de hele tuin opnieuw, maar kijk naar de behoefte per plant of plantgroep.
Tip 7: Wees terughoudend met bemesten in het najaar
Richting het einde van het groeiseizoen verandert de behoefte van veel planten. Sterke stimulering van nieuwe groei is vlak voor de winter niet altijd wenselijk.
Voor gazons en bepaalde andere toepassingen bestaan speciale najaarsmeststoffen. Deze hebben een andere samenstelling dan meststoffen die vooral gericht zijn op sterke voorjaarsgroei.
Gebruik je in het najaar mest? Kies dan een product dat geschikt is voor de betreffende toepassing en periode.
Tip 8: Ontdek de mogelijkheden van organische mest
Organische meststoffen bestaan geheel of gedeeltelijk uit materiaal van plantaardige of dierlijke oorsprong.
Voorbeelden zijn:
- compost;
- gedroogde dierlijke mest;
- samengestelde organische meststoffen;
- bepaalde plantaardige meststoffen.
Organische materialen kunnen behalve voedingsstoffen ook organische stof aan de bodem toevoegen. De precieze werking verschilt echter sterk per product.
Lees daarom altijd de samenstelling en gebruiksaanwijzing.
Tip 9: Bemest borders op basis van behoefte
Er bestaat geen universele regel die voorschrijft dat iedere border een vast aantal keren per jaar moet worden bemest.
Een border met planten die van voedselrijke grond houden kan andere behoeften hebben dan een border met mediterrane planten of soorten die juist goed groeien op een relatief arme bodem.
Kijk daarom naar:
- de aanwezige plantensoorten;
- de grondsoort;
- eerdere bemesting;
- het gebruik van compost;
- de groei en conditie van de planten.
Daarmee voorkom je dat je bemest terwijl dat eigenlijk helemaal niet nodig is.
Tip 10: Ken N, P en K
Op verpakkingen van meststoffen kom je regelmatig de letters N, P en K tegen. Deze verwijzen naar belangrijke plantenvoedingsstoffen.
N – stikstof
Speelt onder andere een belangrijke rol bij de vegetatieve groei en vorming van blad.
P – fosfor
Speelt onder andere een rol bij processen rondom energiehuishouding en wortelontwikkeling.
K – kalium
Is betrokken bij verschillende processen in de plant, waaronder de waterhuishouding.
De verhouding tussen deze voedingsstoffen verschilt per meststof. Daarom bestaan er verschillende producten voor bijvoorbeeld gazons, bloeiende planten en andere toepassingen.
Tip 11: Kies gazonmest bewust
Gras wordt regelmatig gemaaid. Daarbij wordt steeds plantaardig materiaal afgevoerd. Hierdoor kan een gazon gedurende het groeiseizoen behoefte hebben aan aanvullende voeding.
Er bestaan zowel organische als minerale gazonmeststoffen en producten waarin beide worden gecombineerd.
Welke keuze het beste past, hangt onder andere af van de bodem, het gebruik van het gazon en het gewenste onderhoud.
Tip 12: Meet eerst voordat je kalk strooit
Kalk en mest zijn niet hetzelfde.
Tuinkalk wordt vooral gebruikt om invloed uit te oefenen op de zuurgraad van de bodem. Het is daarom niet verstandig om ieder jaar automatisch kalk over het gazon of de border te strooien.
Meet bij twijfel eerst de pH van de bodem. Houd daarbij rekening met de planten die er groeien: sommige soorten geven juist de voorkeur aan een zure bodem.
Pas wanneer je weet wat de bodem nodig heeft, kun je bepalen of kalk zinvol is.
Tip 13: Bemesting is maar één onderdeel van gazononderhoud
Een mooi gazon ontstaat niet alleen door het gebruik van meststoffen.
Ook maaien, water geven, bodemstructuur, drainage, licht en het gebruik van het gazon spelen een rol.
Verticuteren kan in bepaalde situaties zinvol zijn wanneer een dikke viltlaag aanwezig is. Het hoeft echter niet automatisch ieder voorjaar te gebeuren.
Kijk dus eerst naar de conditie van de grasmat voordat je werkzaamheden uitvoert.
Tip 14: Let op de omstandigheden tijdens het bemesten
Het moment waarop je mest aanbrengt kan invloed hebben op de werking.
Volg daarom altijd de aanwijzingen op de verpakking. Bij sommige korrelmeststoffen wordt geadviseerd om ze vlak voor regen aan te brengen of het gazon na toepassing water te geven.
Voorkom een te hoge dosering en verdeel de mest zo gelijkmatig mogelijk. Vooral bij een gazon kan ongelijkmatig strooien later zichtbaar worden in kleur- en groeiverschillen.
Tip 15: Kijk naar de werkingsduur van de meststof
Niet iedere meststof geeft voedingsstoffen even snel vrij.
Er bestaan snelwerkende meststoffen, langzaam vrijkomende producten en organische meststoffen waarvan de voedingsstoffen gedurende een langere periode beschikbaar kunnen komen.
Daarom is het niet verstandig om alleen naar de hoeveelheid mest te kijken. Controleer ook:
- de samenstelling;
- aanbevolen dosering;
- toepassingsperiode;
- werkingsduur;
- planten waarvoor het product bedoeld is.
Zo kun je beter bepalen wanneer een volgende bemesting eventueel nodig is.
Tuin bemesten? Begin bij de bodem
Goed bemesten draait uiteindelijk niet om zoveel mogelijk voeding toevoegen, maar om het vinden van een goede balans.
Kijk naar de planten die in je tuin staan, houd rekening met het seizoen en probeer te achterhalen wat de bodem daadwerkelijk nodig heeft. Een bodemonderzoek kan daarbij waardevolle informatie geven.
Gebruik je een kant-en-klare meststof? Volg dan altijd de dosering en toepassingsinstructies van de fabrikant. Zo geef je planten de voedingsstoffen die ze nodig hebben zonder onnodig te bemesten.
