
Soorten plagen in de tuin herkennen | Overzicht
Verschillende soorten plagen in de tuin
Een levende tuin zit vol dieren. Insecten, vogels, wormen en andere kleine dieren horen bij het natuurlijke evenwicht en vervullen vaak een nuttige functie. Toch kunnen sommige dieren zich sterk vermeerderen of zoveel van een plant eten dat er zichtbare schade ontstaat.
We spreken dan vaak van een plaag. Welke schade je ziet, hangt sterk af van het dier dat verantwoordelijk is. Sommige insecten zuigen plantensappen op, andere eten van het blad en weer andere leven grotendeels onder de grond en voeden zich met wortels.
Op deze pagina bespreken we drie belangrijke groepen:
- Sapzuigende insecten
- Bladetende dieren en insecten
- Insecten en larven die ondergronds schade veroorzaken
Plagen door sapzuigende insecten
Sapzuigende insecten voeden zich met plantensappen. Wanneer er veel exemplaren op een plant aanwezig zijn, kan dat zichtbaar worden aan bijvoorbeeld verkleurde, gekrulde of vervormde bladeren en jonge scheuten.
Sommige sapzuigende insecten produceren bovendien honingdauw: een kleverige, suikerrijke vloeistof die op bladeren en andere plantendelen achterblijft.
Bladluizen
Bladluizen behoren tot de bekendste sapzuigende insecten in de tuin. Je vindt ze vooral op jonge scheuten, bloemknoppen en aan de onderzijde van bladeren.
Bij grotere aantallen kunnen bladeren gaan krullen of vervormen. Ook een kleverige laag op het blad kan wijzen op bladluizen. Dit is honingdauw die door de insecten wordt uitgescheiden.
Op honingdauw kunnen vervolgens roetdauwschimmels groeien, waardoor een donkere aanslag ontstaat.
Een paar bladluizen vormen niet direct een probleem. Ze zijn bovendien een belangrijke voedselbron voor natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes, gaasvliegen en zweefvlieglarven.
Wordt een plant sterk aangetast? Dan kun je de situatie eerst goed beoordelen. Soms is het al voldoende om een kleine kolonie handmatig te verwijderen of met water van een stevige plant af te spoelen.
Witte vliegen
Witte vliegen zijn kleine, witachtige insecten die vooral aan de onderzijde van bladeren zitten. Wanneer je een aangetaste plant beweegt, vliegen de volwassen exemplaren vaak kort op.
Net als bladluizen voeden witte vliegen zich met plantensappen en produceren ze honingdauw. Bij grotere aantallen kunnen daardoor verkleuringen en een kleverige laag op het blad ontstaan.
Witte vliegen komen onder andere voor op verschillende groente- en kasplanten.
In kassen wordt voor bepaalde soorten witte vlieg ook gebruikgemaakt van natuurlijke vijanden, waaronder specifieke soorten sluipwespen. Welke aanpak geschikt is, hangt af van de soort witte vlieg, de plant en de omstandigheden.
Plagen door bladetende dieren en insecten
Gaten in bladeren zijn misschien wel het duidelijkste teken dat er dieren van een plant eten. Dat betekent overigens niet automatisch dat er sprake is van een plaag.
Slakken, rupsen, kevers en andere dieren kunnen allemaal vraatschade veroorzaken. De vorm van de beschadiging en het moment waarop de schade ontstaat, kunnen helpen om de veroorzaker te achterhalen.
Rupsen
Rupsen zijn de larven van vlinders en motten. Veel soorten voeden zich met bladeren of andere plantendelen.
De schade is vaak herkenbaar aan gaten of aangevreten bladranden. Hoeveel schade ontstaat, verschilt sterk per soort en per plant.
Controleer bij vraatschade niet alleen de bovenzijde, maar ook de onderzijde van bladeren. Rupsen kunnen zich bovendien goed verstoppen tussen dicht op elkaar groeiende plantendelen.
Bedenk dat een rups onderdeel is van de natuurlijke levenscyclus van een vlinder of mot. Een enkele rups hoeft daarom geen probleem te zijn. Bij plaatselijke schade kun je eventueel exemplaren handmatig verwijderen of verplaatsen.
Oorwurmen
Oorwurmen zijn gemakkelijk te herkennen aan de tangachtige aanhangsels aan het achterlijf. Overdag verschuilen ze zich graag op donkere en beschutte plaatsen en 's nachts worden ze actiever.
Oorwurmen kunnen aan zachte plantendelen, bloemen en bladeren eten. Daardoor kunnen ze soms schade veroorzaken.
Toch is het beeld genuanceerder.
Oorwurmen eten namelijk ook kleine insecten, waaronder bladluizen. Ze kunnen daardoor juist een nuttige rol spelen in de tuin. Alleen de aanwezigheid van oorwurmen is dus geen reden om ze direct te verwijderen.
Ondergrondse plagen
Lastiger te ontdekken zijn insecten en larven die zich grotendeels in of vlak boven de bodem bevinden.
Schade aan wortels of de onderste delen van een plant is vanaf de buitenkant niet altijd direct zichtbaar. Een plant kan bijvoorbeeld minder goed groeien, verwelken of plaatselijk beschadigd raken.
Daar kunnen verschillende oorzaken achter zitten. Controleer daarom eerst goed voordat je concludeert dat een ondergronds insect verantwoordelijk is.
Aardrupsen
Aardrupsen zijn larven van bepaalde nachtvlinders. Ze leven voornamelijk in of op de bodem en worden vaak 's nachts actief.
Ze kunnen jonge planten beschadigen door aan stengels en andere plantendelen vlak boven of onder het bodemoppervlak te eten. Vooral bij jonge planten kan dergelijke vraat duidelijk zichtbaar worden.
Vind je regelmatig jonge planten die vlak boven de grond zijn aangevreten? Controleer dan voorzichtig de bovenste grondlaag rondom de plant.
Emelten
Emelten zijn de larven van langpootmuggen. Ze leven in de bodem en kunnen zich voeden met verschillende plantendelen.
In gazons kunnen grotere aantallen emelten voor plaatselijke schade zorgen. Kale of minder goed groeiende plekken kunnen echter veel verschillende oorzaken hebben. Alleen op basis van het schadebeeld kun je daarom niet altijd vaststellen dat emelten verantwoordelijk zijn.
Wil je weten of emelten aanwezig zijn? Controleer dan de bodem op de grijsbruine, pootloze larven.
Wortelvliegen
Onder de verzamelnaam wortelvliegen vallen verschillende soorten vliegen waarvan de larven schade kunnen veroorzaken aan specifieke gewassen.
De larven leven in of rondom ondergrondse plantendelen en kunnen gangen of beschadigingen veroorzaken. Vooral bij groenten kan dit vervelend zijn, omdat de aantasting soms pas bij het oogsten duidelijk zichtbaar wordt.
Welke preventieve maatregelen geschikt zijn, hangt sterk af van het gewas en de betreffende soort. Denk bijvoorbeeld aan een geschikte teeltwijze, vruchtwisseling of het fysiek afschermen van gewassen.
Niet ieder insect is een plaag
Het is verleidelijk om ieder aangevreten blad of ieder insect op een plant als een probleem te zien. In een gezonde tuin is enige vraat echter heel normaal.
Sterker nog: veel dieren die we als plaagdieren beschouwen vormen tegelijkertijd voedsel voor andere dieren. Bladluizen trekken bijvoorbeeld lieveheersbeestjes en gaasvliegen aan, terwijl rupsen een belangrijke voedselbron voor vogels kunnen zijn.
Kijk daarom eerst naar de omvang van de schade.
Een paar aangetaste bladeren vragen om een andere aanpak dan tientallen planten die in korte tijd sterk worden beschadigd.
Wat kun je doen bij een plaag?
Begin altijd met het herkennen van de veroorzaker. Bekijk de plant zorgvuldig, controleer de onderzijde van bladeren en kijk indien nodig ook rondom de wortels en in de bovenste grondlaag.
Vervolgens kun je beoordelen of ingrijpen noodzakelijk is.
Handmatig verwijderen, aangetaste plantendelen weghalen, kwetsbare planten fysiek beschermen en goede groeiomstandigheden creëren kunnen afhankelijk van de situatie mogelijke maatregelen zijn.
Wil je een gewasbeschermingsmiddel gebruiken? Controleer dan altijd of het middel voor de betreffende toepassing is toegelaten en volg nauwkeurig de gebruiksaanwijzing op het etiket.
Een tuin hoeft tenslotte niet volledig insectenvrij te zijn. Het belangrijkste is een gezond evenwicht waarin planten én dieren een plek hebben.
