Veel voorkomende plagen in de tuin herkennen

Veel voorkomende plagen in de tuin

In iedere tuin leven insecten, slakken en andere kleine dieren. Dat hoort bij een gezonde tuin en betekent zeker niet automatisch dat er sprake is van een plaag. Soms kan een bepaalde soort zich echter sterk ontwikkelen en zichtbaar schade veroorzaken aan planten.

Denk aan gekrulde bladeren, vraatgaten, kleverige aanslag of planten die plotseling minder goed groeien. Door regelmatig naar je planten te kijken, kun je een aantasting vaak vroeg ontdekken.

In dit artikel bespreken we een aantal veel voorkomende plagen en aantastingen in de tuin:

  • Bladluizen
  • Schildluizen
  • Witte vliegen
  • Rupsen
  • Slakken
  • Plagen zoveel mogelijk voorkomen

Bladluizen

Bladluizen behoren tot de bekendste kleine insecten die je op planten kunt aantreffen. Ze zitten vaak in groepen op jonge scheuten, bloemknoppen en aan de onderzijde van bladeren.

De insecten voeden zich met plantensap. Bij een grotere aantasting kunnen jonge bladeren gaan krullen of vervormen en kan de ontwikkeling van scheuten worden beïnvloed.

Een ander herkenbaar verschijnsel is honingdauw. Dit is een kleverige, suikerrijke vloeistof die bladluizen uitscheiden. Op deze honingdauw kunnen vervolgens roetdauwschimmels groeien, waardoor een donkere aanslag op het blad kan ontstaan.

Sommige soorten bladluizen kunnen daarnaast plantenvirussen overbrengen. Dat betekent niet dat iedere plant met bladluis automatisch ziek wordt, maar het is wel een reden om aangetaste planten goed in de gaten te houden.

Wil je meer weten over bladluizen? Lees dan ook onze artikelen over bladluis herkennen en wat je tegen bladluis kunt doen.

Schildluizen

Schildluizen zijn kleine insecten die vaak op bladeren, takken en stengels zitten. Hun naam danken ze aan de beschermende, schildachtige laag waarmee veel soorten bedekt zijn.

Ze kunnen daardoor gemakkelijk over het hoofd worden gezien.

Schildluizen voeden zich met plantensappen. Bij een grotere aantasting kunnen onder andere verkleuringen en een verminderde groei zichtbaar worden. Sommige soorten produceren bovendien honingdauw, waardoor bladeren en andere plantendelen kleverig kunnen worden.

Zie je kleine bruine, grijze of andere schildachtige plekjes op een plant? Kijk dan goed of het daadwerkelijk om een verkleuring van de plant gaat of om insecten die op het oppervlak zitten.

Witte vliegen

Witte vliegen zijn kleine, wit bepoederde insecten die vooral aan de onderzijde van bladeren voorkomen. Wanneer je tegen een aangetaste plant tikt of het blad beweegt, kunnen de volwassen insecten massaal opvliegen.

Ook witte vliegen voeden zich met plantensappen.

Bij een grotere populatie kan het blad verkleuren en kan de ontwikkeling van de plant worden beïnvloed. Daarnaast produceren witte vliegen honingdauw. Hierop kunnen vervolgens roetdauwschimmels groeien.

Witte vliegen komen regelmatig voor in kassen en andere beschutte, warme omstandigheden, maar kunnen ook op planten buiten worden aangetroffen.

Controleer bij een vermoeden van witte vlieg vooral de onderzijde van de bladeren. Daar kunnen zowel volwassen insecten als verschillende ontwikkelingsstadia aanwezig zijn.

Rupsen

Gaten in bladeren kunnen een aanwijzing zijn dat er rupsen aanwezig zijn.

Rupsen zijn de larven van vlinders en motten. Veel soorten voeden zich met plantaardig materiaal, maar welke planten ze eten en hoeveel schade ze veroorzaken verschilt sterk per soort.

De vraat kan variëren van enkele kleine gaatjes tot aanzienlijk bladverlies.

Zie je beschadigde bladeren? Controleer dan de plant zorgvuldig. Kijk ook aan de onderzijde van bladeren en tussen dicht op elkaar groeiende plantendelen.

Bedenk daarbij dat rupsen uiteindelijk vlinders of motten worden en onderdeel zijn van het ecosysteem in je tuin. Een enkele rups hoeft daarom geen reden te zijn om in te grijpen.

Is de aantasting plaatselijk en wil je de plant beschermen? Dan kun je zichtbare rupsen eventueel handmatig verwijderen en verplaatsen, afhankelijk van de soort en situatie.

Slakken

Ook slakken kunnen voor duidelijke vraatschade zorgen.

Vooral jonge en zachte plantendelen kunnen aantrekkelijk zijn. Het schadebeeld bestaat vaak uit onregelmatige gaten of aangevreten bladranden. Een glanzend slijmspoor rondom de plant kan een extra aanwijzing zijn dat slakken de veroorzaker zijn.

Onder andere jonge groenteplanten en verschillende vaste planten kunnen gevoelig zijn voor slakkenvraat.

Slakken zijn vooral actief onder vochtige omstandigheden en verschuilen zich overdag graag op donkere en beschutte plaatsen. Wil je weten of slakken de veroorzaker zijn? Controleer de tuin dan eens in de avond of vroege ochtend.

Bij beperkte overlast kun je slakken handmatig verzamelen. Ook kun je kritisch kijken naar plekken rondom kwetsbare planten waar slakken zich gemakkelijk kunnen verschuilen.

Wil je een middel tegen slakken gebruiken? Controleer dan altijd of het middel voor deze toepassing is toegelaten en volg de aanwijzingen op het etiket.

Is iedere aantasting een plaag?

Nee.

Een paar bladluizen, een rups of een slak betekent niet automatisch dat je tuin wordt geteisterd door een plaag.

Een tuin is een ecosysteem waarin planten en dieren met elkaar samenleven. Bladluizen vormen bijvoorbeeld voedsel voor lieveheersbeestjes, gaasvliegen en verschillende andere dieren. Rupsen spelen op hun beurt een belangrijke rol als voedselbron en ontwikkelen zich uiteindelijk tot vlinders of motten.

Het doel hoeft daarom niet te zijn om ieder insect uit je tuin te verwijderen.

Kijk vooral naar de omvang van de aantasting en de schade die daadwerkelijk ontstaat.

Veel voorkomende plagen zoveel mogelijk voorkomen

Een volledig plaagvrije tuin bestaat eigenlijk niet — en is vanuit ecologisch oogpunt ook niet noodzakelijk.

Je kunt wel proberen een tuin te creëren waarin planten goede groeiomstandigheden hebben en verschillende soorten dieren een plek vinden.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • voldoende variatie in de beplanting;
  • planten op een passende standplaats zetten;
  • zorgen voor een goede bodem;
  • niet onnodig veel bemesten;
  • regelmatig controleren van jonge scheuten en bladeren;
  • ruimte bieden aan natuurlijke vijanden van plaaginsecten.

Bloeiende planten kunnen bijvoorbeeld insecten zoals zweefvliegen en gaasvliegen aantrekken, terwijl vogels eveneens verschillende insecten en larven eten.

Een plaag ontdekt? Kijk eerst wat er aan de hand is

Zie je plotseling schade aan je planten? Probeer dan niet direct alles wat kruipt of vliegt te verwijderen.

Bekijk eerst de schade en probeer de veroorzaker te vinden.

Zijn de bladeren aangevreten? Zoek naar rupsen, slakken of andere dieren.

Zijn jonge bladeren vervormd en kleverig? Controleer op bladluizen of andere sapzuigende insecten.

Vliegen kleine witte insecten op wanneer je de plant aanraakt? Kijk dan aan de onderzijde van het blad naar witte vliegen.

Pas wanneer je weet wat er aan de hand is, kun je bepalen of ingrijpen überhaupt noodzakelijk is en welke aanpak daarbij past.

Wil je daarvoor een gewasbeschermingsmiddel gebruiken? Kies dan uitsluitend voor een middel dat voor de betreffende toepassing is toegelaten en gebruik het volgens het etiket.

Reactie plaatsen